is toegevoegd aan je favorieten.

Dokter Heldring's groote conflict

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIII

N wéér, ruimte en duisternis; en het wijd gerucht van wind en golven. En wéér, het getrokken worden tusschen twee werelden: het verianeen naar de. kin¬

deren, en het bezorgd zijn om hen, dat nu al begint te kwellen ... en het voortgedreven worden op den weg der boete; den langen weg, waar iederen morgen een nieuwe horizon achter de bereikte opduikt.

Twijfel was er niet; ze moest dezen weg gaan ... tot het einde, waarvan ze niet wist hoe het zijn zou. Angst had ze evenmin; ze ging naar Bernard; ze wist zich veilig in zijn handen; maar met het aanvaarden van haar schuld had ze iets op zich genomen, dat martelender was dan stervensnood; een leven, God wist hoe lang nog, met een nooit aflatende schaamte en verwijt.

Ze was eindeloos moe; ze was zichzelve moe; ze was het heele leven moe. Ze was zoo oud, als het gesteente van den Stromboli, die in de verte als een toorts den nacht verlichtte.

Aan slapen had ze geen behoefte; ze wilde het niet eens; hoe zou ze slapen, terwijl hij in onrust om haar leefde. Want dat ze hem halen kwam, uit bezorgdheid ... daaraan zou hij geen oogenblik gelooven. Het verdriet, dat ze hem aandoen moest, gaf haar een pijn, wranger dan alle andere.

Haar dagen bracht ze alléén door; ze lag meest op haar dekstoel boven op het sloependek, waar het 't rustigst was. Iedere conversatie had ze geweerd. Na drie dagen vertelde men elkaar, dat ze onuitstaanbaar hooghartig was; den vierden dag ging het praatje, dat ze in een echtscheidingsaffaire gewikkeld was; en den vijfden wist zelfs ieder kind, dat ze naar Java ging om zich van haar man te verzekeren, die op het punt stond z'n carrière te breken door een liaison met een inlandsch verpleegstertje.