is toegevoegd aan uw favorieten.

Dokter Heldring's groote conflict

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

muizen wiekten; af en aan, af en aan; onhoorbaar verglijdende schaduwen. De tokkeh, als een eentonige maniak, galmde zijn roep door de holle ruimte. Hij verweet het zich, dat hij niet vroeger thuiskwam. Dat hij haar avond aan avond alleen liet in deze sinistere omgeving. Omdat hij het niet verdragen kon dat gehavende gezichtje aan te zien. Zijn Hetteke, die als een mooie frissche bloem geweest was; zijn trots, zijn glorie, de kleur en de gloed van zijn leven. Morgen moest hij naar Batavia schrijven; hij kon haar niet uitleveren aan den smaad en den laster. Hij glimlachte weemoedig met een zweem van bitterheid. Hoe had ze altijd gehoopt, dat hij carrière maken zou. En nu hem een promotie te beurt viel als niemand van zijn jaren, had zijzelf die onmogelijk gemaakt. Een verbijstering over het lot verlamde zijn denken. Maar wrok tegen haar was er niet in zijn hart.

Weer terug in zijn kamer vond hij op z'n bureau den anderen brief, dien hij vergeten had, nog liggen. Hij nam hem op en bekeek het poststempel. „Luchtmail," had zij geschreven. En een ander, het leek hem de hand van Marietje, had dat veranderd in „Zeepost". Hij was blijkbaar na Hetty's vertrek verzonden. Een oogenblik weifelde hij. Het was misschien niet haar bedoeling, dat hij hem lezen zou. Maar in dat geval zou ze hem toch vernietigd hebben, overlegde hij.

Hij scheurde het couvert open en las. Onder het lezen steunde hij zwaar met z'n linkerhand op de tafel; langzaam zakte hij in een stoel neer.

Zoo was het dus met haar geweest. „Ik moet verdwijnen; er is geen uitweg." Ze had geleden tot den dood. En dan dat simpele zinnetje: „wees goed voor de kinderen". Wat moest het haar gekost hebben haar kinderen te willen