is toegevoegd aan uw favorieten.

Dokter Heldring's groote conflict

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was nog niet de tijd voor het avondeten, maar er konden hem wel eerder een paar schotels geserveerd worden, zei de hotellier.

Hij was blij alleen te zijn in de groote eetzaal; geen halve kennissen tegen het lijf te loopen, die hem met hun indiscrete vragen zouden lastig vallen.

Na het maal stond hij dadelijk op. Maar toen hij naar buiten ging, om zijn wagen op te halen, zag hij, dat er een mist hing. Het was voor hem, een bewoner van de laagvlakten, zoo iets ongewoons, dat hij er zich onwillekeurig in verheugde, en in plaats van naar de garage, den weg opliep.

De stad in den avond had geen andere geluiden, dan gebel van sado's en wat autosignalen; en aan den afstand, waarop die tot hem kwamen, merkte hij, dat hij ze achter zich liet.

Het was een stille koude nacht. De bijna volle maan zeefde een blauwachtig licht door de nevels neer. In deze schimmige wereld was niets meer wezenlijk; alle vormen waren vervloeid; alles wat vast was, drijvend geworden.

Aan het regelmatig dzjoep-dzjoep van hun sarongs, merkte hij, dat er inlanders hem passeerden; naar hun gewoonte als ganzen achter elkaar langs den berm van den weg; op hun eigenaardige manier een gesprek onderhoudend: éen riep een woord, een zangerige korte zin, die door vier, vijf weeke stemmen, allen een weinig verschillend van timbre, herhaald werd. Het was een alledaagsch woord; over de maan, of den nevel, maar in deze wonderlijke nacht was het, of ze, met de namen der dingen, er magische krachten uit opriepen.

Hoe zeker gingen ze door den nacht; hoe vertrouwd waren ze met de geheimen van den nacht. Waren hun zielen niet met de ondoorgrondelijkheid van deze vreemde nachten doorweven?

Het was een vreemd genot door deze wereld van schim-