is toegevoegd aan je favorieten.

Dokter Heldring's groote conflict

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men te dwalen. Het was hem, als doolde hij door z'n eigen Ziel. Boven alle zekerheden, die drijvend waren geworden, tusschen alle waarden, die vervloeiden, stond één vast besef als in den oergrond van zijn wezen geworteld: dat er iets in hem onkreukbaar en onvernietigbaar was; iets, dat getrouw was tot den dood. Het was deze kern, die als een lamp voor zijn voet hem den weg gewezen had in de duisternis van den chaos, die het menschenbestaan was; die hem trouw aan z'n roeping geboden had, zijn roeping van dokter, die was: het leven te beschermen; die hem z'n eer en z'n zelfrespect gered had.

Boven den nevel uitstijgend leidde de weg; daar voor hem op den heuvel lag een complex gebouwen — in het nuchter daglicht de technische hoogeschool — maar nu, met zijn minangkabauwsche daken als karbouwen gewei in gigantische vergrooting, door het maanlicht tot een sprookje gekristalliseerd.

Op den heuvel stond hij midden op den weg en draaide zich om. Hij was nu geheel boven den mist uit. Beneden hem was de stad verdwenen in een nevelzee. Grillige vormen van boomkruinen dreven aan de oppervlakte. Er om heen rezen in krans de vulkanen; donker gebaarde wachters aan de grens der oneindigheid. Het leek hem, dat hier de tijd duizenden jaren stilgestaan had en de vlakte nog was het meer van den aanvang der tijden, waarop de mythische prauwen der berggeesten rondvoeren.

Een nachtvogel scheerde voorbij, dreef op uitgestrekte vlerken en vloog verder, de eindeloosheid tegemoet.

En met den wiekslag van dien vogel maakte z'n ziel, als een zucht, zich vrij uit haar donkere beklemming, sloeg wijd de vleugels uit en verloor zich in de glanzende ruimte.

Onder hem was de wereld met het menschenbestaan tot een mythe verneveld.

Kon er nog smart blijven bestaan op deze vlucht door