is toegevoegd aan uw favorieten.

Dokter Heldring's groote conflict

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een rilling liep over het brooze lichaampje; een trekken van de ledematen; en eindelijk een zwakke kreet...

Dan is hij alleen met den langen nacht, alleen om te waken en te peinzen. Te waken naast een bleek gelaat, dat roerloos op het kussen ligt; als verklaard verschijnt haar gezicht hem in het martelaarschap van haar moederzijn; zijn smart en zijn geluk houdt het in, zijn liefde, de vervulling van zijn wezen.

Te peinzen over het wonderbare van het geschenk, dat de onwelkome kleine gast hem bracht: de genade van te kunnen overwinnen in de liefde; de liefde, die alle verstand te boven gaat.

Nachtkoelte drijft door de open vensters naar binnen. Boven de donkere schaduwkegels der bergen straalt de sterrenhemel, waar z'n eeuwig heimwee naar reikt.

Langzaam wentelen de uren in den nacht. Er is alleen de stem der ruischende bergbeken, de wind, die suizend door de wouden vaart, en het eenzaam nachtlicht in een menschenwoning; onder den wijden nachthemel, die de horizonnen verschuift naar de oneindigheid en de tijd in de ruimte te niet doet.

Het ontwaken was als het binnen glijden in een ander leven. Ze was alleen in een glanzende ruimte en haar leeggevloeide hoofd voelde nog zwaar en moe van den bangen droom, waaraan ze ontsnapt was.

Ze lag roerloos, maar ze zag, dat ze in haar eigen bed, in haar eigen slaapkamer was. En het verstilde gelaat naar de open tuindeuren keerend, beleefde ze het dagworden.

De morgen was van een stille zuiverheid. Zoetrokig en