is toegevoegd aan je favorieten.

Doolhof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer. Wij zijn toen heel gauw getrouwd. Maar zij werd ziek; nauwlijks een jaar na ons huwelijk: tuberculose. Zij is vier jaar in Zwitserland geweest; zoogenaamd genezen kwam zij terug; maar een paar jaren later is zij gestorven. Ziezoo, Peggy, nu weet je 't voornaamste."

Zij kijkt hem aan met een eigenaardigen blik, dien hij in 't halfdonker van den avond nauwlijks kan opvangen. Het ligt haar op de lippen om te zeggen: „het voornaamste heb je verzwegen."

Wanneer zal hij zijn volle vertrouwen geven aan haar?...

„Zoo heel veel geluk heb je niet in je leven gehad," overpeinst zij hardop.

„Heeft een mensch recht op meer? En zijn die zoogenaamde gelukkige menschen wel echt gelukkig?"

„Ik weet 't niet, amico. Misschien zijn en blijven zij oppervlakkig en egoïst. Zóó zeggen 't tenminste de moralisten. Uit eigen ervaring weet ik, dat te veel verdriet ook egoïst kan maken. Ik heb al deze maanden alleen maar aan mijzelf gedacht. Ik voel dat het mij neertrekt en dat ik slechter en harder word met den dag."

„Houd je van kinderen?"

Zij slaat haar oogen neer. „Neen... ja... vroeger. Maar dit... neen, ik kan het niet aanvaarden. Ik kan 't niet. Ik voel niets dan angst en afkeer. Ik kan alleen maar hopen dat 't niet geboren wordt."

„En toch zul je 't moeten aanvaarden, Peggy."