is toegevoegd aan je favorieten.

Doolhof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij schrikt. Het is of alle steun haar ontvalt. „Moet ik?..."

„Ja. En ik zal de vader zijn. En niet alleen voor de wereld. Ik zal probeeren er een mensch van te maken."

Zij staat stil; grijpt krampachtig zijn arm.

„Wil je dan...?"

„Ja; ik wil je trouwen. O, je behoeft niet bang te zijn. Het zal maar een schijnhuwelijk wezen en zoodra 't kind geboren is, en je wilt vrij zijn, kun je gaan. Dwingen zal ik je niet."

Haar lichaam lijkt verstijfd. Het bloed dringt naar haar voorhoofd.

„Daar heb ik niet aan gedacht," fluistert zij, „en hoe kan ik dat aannemen? Het is een te groot offer. Ik zou niet kunnen leven, je nooit meer zonder schaamte aan kunnen zien..."

„En als 't nu geen offer is?"

In schrik boren haar oogen zich in de zijne. Zij beweegt haar lippen in stilte.

„Denk niet aan verliefdheid of liefde, Peggy. Ik houd van je — het is niet te omschrijven en daar wil ik ook geen moeite voor doen. Het ligt op een ander gebied, dat jij nog niet kent, omdat je te jong bent. Maar ik zal gelukkig zijn, als je bij me wilt leven; naast me, al is 't maar voor een paar jaar. Want ik zal geen beslag leggen op je toekomst. En wij zullen vrij zijn — niets van elkaar eischen, nietwaar?"

Zij wacht. Er is een afweer in haar en een ver-