is toegevoegd aan uw favorieten.

Doolhof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,Dank u," fluistert zij en met haar zakdoek wrijft zij bevend over het vochtige voorhoofd. Hij blijft haar aanzien met deernis.

En in zijn oogen verzinken nu haar oogen, als in een diepe rust. Die man weet dat zij lijdt; zij voelt het en ontvangt zijn medelijden.

Hij zegt niets en hoe lang hun blikken in elkaar verzonken bleven, weet Peggy niet. Als zij eindelijk, weer in zichzelf besloten, naar buiten kijkt, denkt zij: Deze mensch zou mij misschien begrijpen. Maar dadelijk verschiet die hoop. Want heeft zij niet hetzelfde gedacht van Alfred? En wat is daarvan geworden?

„Neen, niemand kan je helpen, Peggy."

Troostelooze zin, hoe vele malen weerkaatst, als een echo in haar leegte!

Als de trein in den Haag is aangekomen, spoedt zij zich het station uit (zij vergeet nog van den onbekende tegenover haar met een laatsten blik afscheid te nemen) en laat zich in een taxi naar 't ouderlijk huis in Zorgvliet rijden.

De knecht die open doet, kijkt verwonderd. „Er is net een telegram naar u toe." Dan, zachter: „Het is met mevrouw veel erger."

Peggy stort zich naar binnen. In de hall ziet zij Hugo. Wanhopig knelt zij hem in haar armen. „Moeder?" hijgt zij.

„Peggy... hoe gelukkig dat je er al bent. Ga met mij mee, in de eetkamer. De dokter is juist bij moeder; en vader ook."