is toegevoegd aan uw favorieten.

Doolhof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eens ernstig met Peggy praten. Zij moet voelen dat zij vrij is om te gaan wanneer zij wil."

Maar hij stelt dat gesprek telkens uit. Er is ook voorloopig geen aanleiding voor; Peggy is na Miriam's vertrek kalm, tevreden, bijna vroolijk; en hoewel een onzichtbare, slechts éven voelbare wand hen scheidt, is er geen opzettelijke afweer in haar houding. Eén keer slechts breekt een conflict deze rustige atmosfeer. Peggy vraagt op een morgen of hij het goed vindt dat zij met haar pianolessen begint. Zal het urenlange studeeren in huis hem niet bij zijn werk hinderen?

„Weineen, Peggy. Ik ben blij dat je weer les neemt. Studeer zooveel je wilt. Alleen... ik heb geen piano. We zullen er dus een moeten koopen."

Hoe kinderlijk van haar. Daar heeft ze niet aan gedacht. „Ik zal 't zelf wel doen, van mijn eigen geld," zegt ze haastig; maar met driftigen spijt denkt zij aan het kleine moederlijke erfdeel, waarvan zij slechts een karige rente trekt. „Ja, het moet er maar af," besluit zij voor zich zelf.

„Werkelijk onnoodig," meent Alfred. „Ik kan geen piano koopen zoo dadelijk; maar wij kunnen er wel een op afbetaling krijgen of huren. Het moet een heel goede zijn. Wat denk je van een kleine vleugel?"

Dus hij zal het weer betalen. En hij zal de vervelende oefeningen ook moeten verdragen. Alweer een offer. Zij heeft ineens haar lust in de studie verloren. Verdrietig wendt zij zich af.