is toegevoegd aan je favorieten.

Doolhof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vader... wanneer gaat u?"

„Over zes weken. Ik heb 't nog razend druk, dat begrijp je. Blij dat ik uit al die rommel kan stappen. De laatste jaren heb ik niets dan zorgen en pech gehad; en tegenwerking, kleinzielige tegenwerking. Ik heb er genoeg van. Daarginds kan ik misschien een nieuw en beter leven maken..."

„Ja, zonder kapitaal; in een land waar al genoeg Europeesche werkloozen wonen —" denkt Hugo bitter. „Wat een stomme streek. Hij lijkt wel gek. Een desperado-besluit." Maar onbewust ondergaat hij een zekere bewondering voor zijn vader. Wat een wilskracht nog, wat een moed. En het is hem sympathiek dat de „oude man" liever in de verte van ellende wil crêpeeren, dan hier, onder de oogen van zijn vroegere benijders en valsche vrienden.

„En Eva?" denkt Peggy, „is dit alles alleen om haar te ontvluchten?"

Croondrager praat rad, een beetje koortsig, door. Hij vraagt na een poos Alfred alleen te spreken. Zij gaan naar de studeerkamer boven; Hugo en Peggy zien elkaar aan.

„Misschien de beste oplossing," vindt Hugo.

Peggy zit met gebogen hoofd.