is toegevoegd aan je favorieten.

Doolhof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dig naast alle nieuwe indrukken die zij nu ontvangt. Het is een zachte, regenachtige winter met veel donkere luchten; maar het is of zij zich voor die somberheid afsluit, evenals zij alle gedachten en gevoelens terugdringt, die niet met haar werk te maken hebben. Soms, als zij te overspannen is om dadelijk in te slapen, overvalt haar een duistere angst. Zij durft niet om te kijken. Zij loopt op een smalle weg; achter haar is het gevaar; naast haar loeren twijfel en moedeloosheid; zij moet steeds blijven vooruitzien; want daar is 't doel; daar zal de verlossing zijn. — Het afscheid van haar vader heeft haar geschokt; maar zij wil er niet aan denken. Hugo komt zelden meer; maar zij verlangt niet meer naar hem. Hij zou haar verwarren. Zij wil iets bereiken met de volle som van haar energie, haar aandacht, haar vertrouwen.

Drie maanden gaan zoo voorbij. Alfred heeft zich ook, en nu met minder moeite dan vóór Kerstmis, in zijn arbeid geworpen en hervindt er, vaker dan hij mogelijk achtte, zijn oude vreugden.

„Je werk... 't werk waar je geschikt voor bent, dat is toch maar 't eenige wat je op den duur bevrediging kan geven," denkt hij dikwijls hardop, als hij alleen is in zijn kamer. Maar even vaak komt een andere gedachte hem bespotten: „Werk is even goed een bedwelmingsmiddel als opium."

Hij ziet Peggy slechts aan de maaltijden. Dan is zij meestal gehaast en verstrooid, maar niet humeurig of onvriendelijk. Ook zij schijnt bevrediging te vinden