is toegevoegd aan uw favorieten.

Doolhof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rustig. Mooie doeken, maar versleten; een verbleekt behang, oude kasten.

„Hoe vind je 't hier?" vraagt Hugo.

„Uitrustend," zegt Peggy onwillekeurig.

Anita glimlacht en reikt haar de thee in een lange Chineesche kop. „Bijna alles hier erfde ik van mijn grootmoeder, ook deze kopjes," vertelt zij, „het was een merkwaardige vrouw; van Fransche afkomst en met een Fries getrouwd. O, haar Fransche bloed voel ik dikwijls."

„Hoe voel je dat?" vraagt Hugo met vleiende plagerij, „in coquetterie, lichtzinnigheid?..."

„Ook al. En dan die lust om het leven te kennen, te proeven, desnoods met gevaar. Is dat niet typisch Fransch, dit gezegde van haar, dat ik eens vond in haar brieven: „Sans danger il n'y a pas de plaisir?" — „Ja, moedig ben je," bekent hij en geeft haar een handkus. Geërgerd kijkt Peggy het raam uit. Zijn dat nu manieren? denkt zij; als ik een Fransch gezegde daartegenover wilde zetten, zou ik zeggen: „Rien de plus impoli que de faire la cour a une femme devant une autre."

Maar Anita voelt dadelijk die ontstemdheid en begint Peggy met ontwapenende beminnelijkheid te vragen over haar studie, haar werk, haar plannen.

„Hier staat óók een piano; wil je misschien wat voor ons spelen?"

„Is dat een truc om mij buiten gevecht te stellen

Doolhof 12