is toegevoegd aan uw favorieten.

Doolhof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neigd ben te gillen om hulp! Maar ik zal mijzelf wel overwinnen; omdat ik weet dat het moet!"

„En Hugo?"

„Hij is 't natuurlijk niet met mij eens en dat maakt 't nog zwaarder voor me. Je begrijpt dat hij dadelijk begon te twijfelen aan mijn liefde. Maar ik heb hem nu zoover gebracht, dat hij die twijfel heeft losgelaten. Daarenboven heb ik hem beloofd dat, mocht zijn verlangen na een jaar nog zóó hevig zijn, dat hij er niet mee leven kan, ik naar hem toe zou komen. Maar ik acht het uitgesloten."

„Dus je hebt niet zoo'n vertrouwen in zijn liefde?"

„Dat vertrouwen mag en durf ik niet te hebben. Hij is er te jong voor."

„Moet dan alles voorbijgaan? Moet alles maar tijdelijk zijn en betrekkelijk?" — Peggy roept het met een smachtende pijn. „O, hoe afschuwlijk is die gedachte, Anita." Snikkend verbergt zij haar hoofd tegen de schouder van de stil voor zich uit kijkende vrouw, die eens een vijandige vreemde voor haar was, maar in wie zij nu een zuster voelt.

„Arme lieve Peggy — ook jij bent nog zoo jong. Geloof me, als je ouder wordt, is die gedachte niet meer zoo pijnlijk; of liever, zij lost zich op in andere gedachten. Natuurlijk is hier op aarde alles onvolmaakt en voorbijgaand, ook onze diepste, grootste liefde. Het maakt wel eens treurig, is 't niet, Peggy? — Dat onze liefde niet altijd even zuiver is, vooral...! Maar al ontdekken wij er elementen in van ij delheid,