is toegevoegd aan uw favorieten.

Rood paleis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik doe actief niets. We hebben hier onder meer een voortreffelijke procuratiehouder. Ik ben décor. Dat is nu eenmaal mijn taak op aarde. Ik ben overal, altijd décor. Ik behoorde daarvoor te worden gedecoreerd.

Hij lachte. De ander, die gedecoreerd was, lachte niet.

De sigaretten staan daar, — ik presenteer niet, zei Henri. Een borrel?

— Graag.

Hij ging naar een kast in een hoek. Zijn bewegingen waren langzaam. Zijn gestalte was middelmatig groot, breed. Zijn gebaar was langzaam, haast zwak. In den hoek ging hij haast schuil achter den grijzen rook.

— Lucht je nooit?

— Zelden. Hindert het?

— Mij niet.

Zij begonnen nu iets op te halen uit den ouden tijd. Langzaam tastten zij naar elkaar. Een onmeedoogend leven lag gestempeld op het gelaat van den bezoeker. Hij rustte lekker in zijn rug na de arbeidsjaren, languit in zijn leeren stoel naast het bureau.

Henri zat vadsig onderuit in zijn bureaustoel. Hij rustte niet, hij had nooit gewerkt, hij lag maar lui. Toen de telefoon ging had hij een gebaar van wrevel.