is toegevoegd aan uw favorieten.

Rood paleis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grove werk. Hij was uitsmijter. Maar hij deed zelden meer dan dreigen, en zelden nog ook dat. Doorgaans volstond het bij oneenigheid dat hij zich vertoonde, even, om een hoek. Meest was ook dat niet noodig, want mevrouw Doom, op een andere manier vreesi wekkend dan hij, kon de ruzies gewoonlijk wel alleen af. Eduard stond achter de toonbank van de garderobe, hij beduidde een : reserve, die zelden werd aangesproken, die nooit werd verbruikt, en die toch evengoed bij het etablissement behoorde als het bed. Benjohan was een mannelijke hermaphrodiet. Hij inde de entreegelden, maar hij was niet 1 de portier. De beide toegangsdeuren werden bediend door een vrouwelijke portier. In de vestibule mondde behalve de breede middengang nog een lage smalle donkere gang links, met een trapje omlaag uit de hal. Die gang liep naar de achterdeur. Bij de achterdeur was een steenen trap, wentelend naar de i fundamenten, gesloten met een ijzeren hekje. Daar waren een kelder en een bijkelder. De bijkelder was de schrik der pensionnaires. : Benjohan was een der twee wezens voor wie de dokter een wetenschappelijke belangstelling had. Niet slechts omdat hij een kwee was, maar ook en meer omdat hij leed aan de ziekte van Addison. Zijn gelaat en handen