is toegevoegd aan je favorieten.

Rood paleis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Nee, wij ten minste niet, maar je kunt het hier van achteren zien.

Ze zagen niemand in de gang. Waar de muren ophielden werd het iets wijder. Tijs herkende links op slag een stuk van dat vervaarlijke blok, Rood Paleis. Hij zag op slag wat Henri hem toonen wilde. De oude beklemming vulde zijn strot.

Niet veraf lag Rood Paleis, maar gescheiden van den staander door een lang, laag gebouw, de keuken, met een deur in de gang die verwaarloosd was en buiten gebruik scheen. Daar pakhuisde het donker bovenuit, met de ramen gejalouzied, ook hier, of geluikt, — en geloken. Dat was het niet. Het was de breede geul van hoog tot laag in den vlakken achtergevel uitgespaard. Het licht scheen in de geul. De geul was gecapitonneerd met roet. Het moest de schoorsteen van de keuken wezen, die daarin mondde, in dezen veel wij deren, vierkanten schoorsteen waarvan één wand scheen vergeten. De haarden hadden jaren, jaren hun roet gebraakt, hadden peluws van roet tegen de muren opgetrokken. Tijs voelde het dikke donzige roet als het ware aan zijn handen. Heel hoog stond een venster open.

— Ik heb daar eens duiven zien uitvliegen,