is toegevoegd aan uw favorieten.

Rood paleis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET CAFÉ

In de groote zaal van het koffiehuis was het warm en kil. Het vele licht was er op, wit, spiernaakt. De kilte kwam van het licht. Het was er al vol, met enkel mannen. Vrouwen kwamen hier niet.

De nacht was buiten gevallen. Aan een tafeltje van koud marmer dronken ze hun borrel. De adem der bezoekers had de spiegelruiten dik volgepareld. Ze konden van de straat niets zien. De straat hing vol van mist.

— 0 deze tijd, zei Henri.

Het klonk zooals dikwijls bij hem op de grens der dramatiek. Maar zijn nuchter gebaar, zijn effen houding deden het teveel teniet. Hij slurpte voorzichtig den kop van zijn glas om geen droppel te spillen. Hij zei weer:

— Ik loop graag te bespiegelen, maar als ik geloopen heb zit ik graag en ga op de oude voet door. Ik ben moe. Ik koketteer daar graag mee, maar we doen het allemaal en we zijn tóch echt moe. Een grijsaard koketteert even gretig met zijn gezondheid als met zijn kwaal. Wij koketteeren met onze kwaal, maar de kwaal is er . . . En we liegen, man, ik lieg zoo ontzettend. Dat moet ook de