is toegevoegd aan je favorieten.

Rood paleis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rood Paleis ging hij niet. Want al bleef hij in de stad, het misstond voor een heer van de beurs in deze maanden het huis te bezoeken. Men was nu eenmaal zekere dingen aan zichzelf verplicht, het protocol der roué's had zijn ongeschreven artikelen, éen betrof het moratorium der zomermaanden.

Nooit nog was hij zoo lusteloos geweest, te apathisch zelfs voor reizen, in zijn woning alleen, de oude vertrokken naar Schotland. Rood Paleis had hem niet in zijn greep, de eeuw wel. Zijn bloed was verzonken tot waar het niet verder ging. Het lag ergens buiten hem, onvindbaar. Dit alles kon niet zoo blijven, er moest iets nieuws komen. Voor hem was dat niet weggelegd, en het maakte hem geenszins ongelukkig. Integendeel, die menschen uit het oosten waren niets voor hem.

In deze dagen begon het fin-de-siècle zijn gedachten zeer dwingend te bezitten. Hij kwam niet aan de zaak, hij lag meestal thuis op een divan, rookte veel sigaretten, en dronk borrels, heel matig.

Toen overkwam hem iets, een fantasie of een visioen, hij wist het niet. Hij had veel moeten denken aan dat meisje, het doodskopje Lucidarme, daarginds. Deze was ten slotte niet meer van de eeuw, maar van dat wat