is toegevoegd aan uw favorieten.

Rood paleis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Twee kleine tranen werden door de leepe steentjes van zijn oogen geschreid. Maar hij stond kwiek en keurig, met zijn gesoigneerd baardje, het ging hem ten slotte terloops aan, hij kon nog jaren mee. Weer stond hij in de zon.

Het fleschje eau-de-cologne dat zij had meegebracht bleef achter. De geur van bloemen en alcohol dreef over het doodsbed. Een zaalzuster zag hem na en dacht het woord der omstandigheden.

Buiten voor de poort hupte hij kittig in zijn wagen. De chauffeur, kraag op, keek den anderen kant.

Een landlooper hield de waardin staande.

— Hoe is het ermee?

— De zuster zegt dat het vannacht afloopt. Ze stonden beiden onder de uitgespannen paraplu der waardin, de zwarte vrouw, de zwerver. Het was dokter Sauger. Hij dorst niet binnen, hij stond voor de poort. Maar hij had belangstelling, ook rook hij ontzettend naar drank, om zijn hals hing een kreng. Het was weer gaan gieten.