is toegevoegd aan uw favorieten.

Rood paleis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tarens ter weerszijden waren gebleven, maar brandden niet. Thans brandden ze snorrend van gas, karmijn. Het gebouw in de verte was een brandweerkazerne.

Het feest werd gegeven in het ijzeren zaaltje, een hoog zaaltje middenin het huis, zonder ramen. Het heette naar een ijzeren galerij die er omheen liep, steunend op ijzeren kolommen, waarnaar men opklom langs een tweetal ijzeren spiraaltrappen. Het kon dicht opeen veel menschen bevatten. Het was geheel rood, ook het ijzer. Wie niet meedeed beneden, kon boven toeschouwer wezen. De entreeprijs was viermaal zoo hoog. Bovendien dronk men alleen champagne, de duurste merken. Het had een deur naar de gang die op gewone dagen was afgesloten, en een

Ideur naar een kleinen couloir die uitliep op het zwarte gordijn van de groote zaal. Daar doorheen jachtten de diensters. Het huis ging

dicht om tien uur. Laatkomers werden niet toegelaten.

Ha, hu, dat was nog eens leven. Fré en Benjohan traden er op, als curiositeiten. Eduard bleef in de vestiaire. Alles bijeen werd op zoo'n avond veel door het huis verdiend, maar het vergde veel van de pensionnaires. En ook hield de zeldzaamheid de bekoring van het feest in stand, en verzoende met zijn duurte.