is toegevoegd aan uw favorieten.

Belijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Zoeklicht

't Donker, rondom m' en onder mij en boven,

sloeg m' in een droom: een zoekend Licht zag k dwalen,

toen plotsling naderen met gerichte stralen en naast mijn boot de duistre deining klooven;

schaduwen werden heen en weer geschoven van monsters, schuifelend door vuile zalen;

'k kende, voor 't Licht de diepten in kwam dalen,

bestaan noch wilde kracht dier wreede en groven.

Maar vloekend dreigde ik Hem, Die 't wierp: Nu keer uw licht of wil zijn felle stralen dooven wier bittere onthulling 'k niet begeer!"

Ontwaakt, zag 'k mij het laatste Licht ontrooven,

gelijk het daglicht t' avond kwijnt, wanneer de zon, roodgloeinde bal, is weggeschoven.

Job 33:14—18; 29, 30. Joh. 3:19, 20.