is toegevoegd aan je favorieten.

Belijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII.

Avond voor den storm

Glimpt nergens licht dat leven komt beloven, nu maar de rossig-gloeinde wolkenkolen verdiepen 't duister van des hemels holen, opsombrend als een uitgebrande oven?

Slechts schuim, bij storm de bekken afgesnoven der golven, tusschen steenen weggescholen, schemert wit aan waar zij na doelloos dolen klagend langs lichtverlaten kusten schoven.

Doch plots, van wolkenkop tot golventop,

zigzagt een bliksemschicht en scheurt het donker; door lucht en golven gromt een doffe donder —

schoon 'k weet dat straks de dijk tartend en zonder vermurwen breekt het mookrend golfgebonker,

wild brak mijn smart, sloeg luid en luider op.