is toegevoegd aan uw favorieten.

Parade gaat door!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen de eerste bom op het dak gevallen was en een paar zolderbalken versplinterde, had de oude vrouw een gil geslaakt en was steunend tegen den man aangekropen.

— Heilige Moeder Gods! Heb erbarmen.... Hij voelde haar knokige leden rillende tegen zijn borst en een bedorven lucht van ongewasschen kleeren sloeg met den reuk van kruitdamp en kalkgruis op zijn keel. Het huis had gesidderd in zijn flanken en uit den diepen put van de straat klonk een vloekend gebrul. Het rettelen der machinegeweren een verdieping lager was geen oogenblik onderbroken. Hij trachtte de magere vingers der vrouw met zachten dwang van de revers van zijn jas los te maken; zij klemde ze toen verdwaasd om zijn nek en hij kokhalsde, dacht te stikken. Een tweede bom viel op het huis ernaast, de schrik liep als een electrische stroom door zijn zenuwen; uit den donder van krakend hout en rollende steenen sloeg het geschrei op als een vlam en er wrongen zich blauwe rookspiraaltjes door de spleten van het tuimelraam. De greep van de vrouw had losgelaten; haar witte haren onder den hoofddoek hingen als een pluizerig kluwen voor haar gesloten oogen. Een oogenblik dacht de journalist haar gestorven. Hij legde haar zachtjes op de planken en trok zijn jas uit; het rolletje schoof hij onder haar hoofd; dan ging hij naar de trap. Hij wilde trachten hulp te krijgen, al begreep hij dat men hen niet helpen kon. De machinegeweren ratelden aan zijn ooren als dol geworden uurwerken, die de minuten afjoegen, de kwartieren, de uren. Het leek hem of dit barbaarsch getikketik in enkele seconden al de duizenden uren van zijn voorbije leven bestreek, de maanden, de jaren, de decenniën;