is toegevoegd aan uw favorieten.

Parade gaat door!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Beerschote. Connais pas. Vraag dien meneer dan maar even hier, Dolf.

De jonge man met het zwarte haar, in het grijs colbert van alle jonge mannen uit een ordentelijk nest, boog.

— U is heel vriendelijk, luitenant, mij een oogenblik van uw kostbaren tijd....

— Gaat u zitten. Wat is er van uw dienst?

— Luitenant, als ik goed ben ingelicht is u voorzitter van het Comité dat de hippische feesten dit voorjaar op Clingendaal voorbereidt. U begrijpt dat ons blad graag aan zijn lezers....

Toen Mr. Beerschoote drie blaadjes vol had, merkte hij op:

— Het is voor ons land vandaag een belangrijke dag. Onze groote Christen-staatsman, uw geachte vader, zestig jaar geworden! Ons blad heeft natuurlijk den jubilaris zijn tribuut gebracht, en ik zelf heb....

— Meneer van Beerschoote, het spijt mij, maar mijn tijd is beperkt. Ik moet weer naar de kazerne.

— O, misschien mag ik u dan op straat nog een klein verzoek doen? Ik zou het namelijk bizonder waardeeren als ik door uw tusschenkomst bij uw Vader een kort interview....

Op het Buitenhof, als Evert van Weele Caers dat interview heeft afgewimpeld, blijft hij staan en wijst met een witbehandschoenden vinger naar de plek waar Mr. Beerschoote's jaslapel, naar zijn vrienden hem plagen, om een lintje bedelt.

— U is journalist, meneer Beerschoote. Zeg mij eens eerlijk: wat denkt u van ons beroep?

De jonge krantenman fronst de wenkbrauwen. Op deze vraag is hij niet geprepareerd. Dan ziet hij zijn