is toegevoegd aan uw favorieten.

Parade gaat door!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en een zekere welvaart die zij waren — naar een onbekend land van onzekerheid en van schemering, waar de geëffende paden verloren raken. Willem streek niet vaak meer op het plekje onder den kastanje neer; hij liet er de thee dikwijls koud worden die Tine voor hem had ingeschonken. Hij voelde zich als een ontdekker op zee, die rusteloos speurt naar een nieuwe kust, omdat zijn vaderland voor zijn voeten te klein is geworden. Stond hij met Mary en zijn Domburgsche kennissen — vlug gesloten vriendschappen in dien langen zomer, den laatsten zomer zijner jeugd — op het tennisveld (zij tennisten achter het hotel, zij tennisten op de buitens in den omtrek) — of baadde hij met haar en hun vroolijk clubje in de stoeigrage golven, dan was er, ergens diepweg, in hem een ongedurigheid naar den avond, wanneer de schelle tinten uitwischten, de ruchtige stemmen zich verstrooiden en de stilten vielen tusschen de boomen en over de zee. Als men zeggen zou, dat hij nog altijd op Mary verliefd was, dan sprak men slechts de halve waarheid. Sedert den weifelenden kus van dien avond, oprecht en huichelachtig, was er een tweeslachtigheid in zijn leven gekomen, een breuk in zijn diepste gevoelens. Menschen als deze Willem Van Weele Caers moeten óf jongetjes kunnen blijven van vijftien jaar, öf de hemelsche Voorzienigheid moet hen met een schuld beladen. En aangezien de tijd niet stil blijft staan en in zijn wijsheid heeft beschikt dat hij geen vijftien jaar kan blijven, ziet Willem zichzelven nu voorloopig als den presentabelen jongen die 's avonds met de meisjes in het badpaviljoen danst, op de buitens graag gezien wordt omdat hij de zoon is van den inmiddels opnieuw minister geworden