is toegevoegd aan uw favorieten.

Parade gaat door!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu er toevallig net een weggezonden is, ein frecher Mensch, das könnens mir glauben!, wil men het met hem probeeren. Als volontair, dat spreekt. Uebrigens, de heer Rasfeld houdt niet van het volontairstelsel. Als hij wat ingewerkt is kan hij verdienen, voorloopig 40 Mark in de maand. En nu zat hij in een donkere ruimte achter den diepen, smallen winkel ,Post zu verschreiben', hetgeen zeggen wil, dat hij uit den stortvloed dagelijks binnenkomende correspondentie zijn stapeltje ,zu erledigen' kreeg. Het betrof de afdeeling Antiquariaat. Er waren briefkaarten bij van de Lüneburgerheide en uit Schotland, uit dorpjes in Tirol en van de Veluwe, en uit Berlijn. Ook brieven. De ambtelijke bijvoorbeeld van het Kriegsministerium waren vele. Maar briefkaarten domineerden in zijn dagelijksch stapeltje. Willem Caers heeft nooit geweten wat een briefkaart is. Hij schreef er en ontving er gedachteloos. Een stadsbriefkaart aan een vriend voor een afspraak, een dito van zijn kleermaker om een pasuur te bepalen. Die hij ontving las hij zooals je op straat een reclame leest: je nam er amper notitie van. De briefkaarten aan de firma Rasfeld zijn iets heel anders. Je kunt ze niet negeeren, niet vernietigen; ze blijven je van je schrijftafel aankijken tot je ze doorgrond hebt, ingezogen; tot je den vorm van iedere letter in je droomen terugvindt, hun het allerlaatste geheim hebt ontfutseld. Ze wijken af van alles wat je onder een briefkaart verstaat. Het zijn staalkaarten van wijnvlekken, poststempels, vingerafdrukken uit Japan en Finland, zegenbeden en verwenschingen; proeven van geen of weinig teekentalent, van ruimteverkwisting en vrekkige spaarzaamheid; van sanguinische, cholerische, me-