is toegevoegd aan je favorieten.

Parade gaat door!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had gezocht en dien nu, tusschen het stof van dezen stillen landweg, opeens had gevonden. Hij kon er de wereld mee openen op hare innerlijke mechaniek. Hij dacht aan avonden met Mary in Domburg, in die zomervacantie nu lang geleden — aan de zee en dat wonderlijke doodsverlangen dat hem in die dagen zoo dikwijls van een zoete treurigheid had vervuld. Aan rozen dacht hij, kruidig dampend in den schemer van den ouderlijken tuin, en aan den hoogen, violetten sterrenhemel boven het venster van zijn jongenskamer. Hij dacht aan een hart — aan het hart op een speelkaart, aan het hart van zijn moeder, van Tine, zijn vader, — aan het hart van ,Hoedje' toen hij gesproken had over zijn zoon, die eenige maal dat hij mee was gegaan naar Hoedjes huis. Hij dacht aan het hart van de vrouw aan wie hij morgen dit boekje zou terugzenden.... Harten.... Harten — de wereld was vol harten, duizenden, millioenen harten, wonderlijke vleezige dingen met kleppen en kamers, waar het bloed doorheen vloeit. Hij zag de doorsnede van het menschelijk lichaam, met roode lijnen en blauwe kanalen, met bleekbruine zakken en bobbels, als op de wandplaat bij de natuurlijke historie op school. Hij zit in de bank en volgt de punt van den stok naar het hart, maar op de plaats van het hart is er op de wandkaart een roos geteekend in een krans van sterren. De klasse schatert en hij hoort de stem van Van Geuns: Jongelui! hier heb je nu jezelf van binnen! De mensch is een zonderling wezen: hij denkt een hart te bezitten, maar dat is een der vele dwalingen van den wensch die de vader der gedachte is! Wat wij ,het Hart' noemen is pure Verbeelding, lmagination zeggen de Franschen, en daarom staat dit ,hart