is toegevoegd aan je favorieten.

Parade gaat door!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereld terugvindt. Zij dronk een whisky soda en scheen gulzig den rook te inhaleeren van een kleine, lichtbruine cigaar. Spoedig daarop was hij het hotel uitgegaan om zijn kamer op te zoeken die in een ander stadsdeel lag, en den heelen nacht had het beeld van de jonge vrouw hem voor oogen gestaan. Hij kon van haar schelle interruptie, waarover dadelijk was heengepraat, niet loskomen. Er scheen dien avond iets voor hem gebeurd als heel vroeger eenmaal in de klas, toen ,Hoedje' over Spinoza gesproken en niemand het slikje bemerkt had dat hem het hoofd had doen opsteken. Telkens opnieuw trachtte hij het voorgevallene nog eens te beleven. Hij hoorde de stemmen: ,alle moreel voelende menschen zijn tegen den oorlog!' en haar antwoord: ,als dat waar was zouden er niet zooveel moreel voelende menschen zijn!' Er was in die tegenwerping, hoonend en rauw, iets paradoxaals geweest dat hem boeide en in stijgende onrust gevangen hield. Den volgenden morgen was hij naar het hotel gegaan en had den portier naar de vrouw gevraagd. Zij bleek een Poolsche en van haar echtgenoot gescheiden; zij woonde in Praag maar kwam dikwijls in Weenen en in dit hotel. Wat zij hier zocht was den man onbekend. In een touringcar had hij haar dien middag teruggezien. Zij onderscheidde zich nu in niets van het overig gezelschap; zij droeg een grijs tailor costuum en was niet geverfd. Om haar kleinen hoed lag een blauwe sluier gewonden die in de zuiging van den wind over den snellen open wagen uitwapperde als een kleine vlag. Haar plaats was twee rijen vóór hem. Gedurende een rust onderweg, toen zij alleen zat bij een kop koffie, was hij naar haar toegegaan en had haar aangesproken.