is toegevoegd aan uw favorieten.

Parade gaat door!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken grenzend, vond hij een groepje mannen om een ronde tafel achter hooge glazen bier. Hij informeerde naar den chauffeur van de beschikbare auto; de jeugdigste van het gezelschap — een jongen nog — richtte zich dadelijk stram overeind.

— Zum Befehl, Herr!

Willem wenkte hem buiten den kring en stelde hem in de gelagkamer zijn vragen. De jongen had een glad, rond knapengezicht en onder het spreken lichtten twee rijen witte tanden telkens helder op tusschen een paar haast onnatuurlijk roode lippen. Ofschoon zijn gezicht bleek was, zonder andere kleur dan dit felle lippenrood, bijna het rood van den om zijn hals gebonden zakdoek, lag er over zijn huid een donkere gloed als was ze gepotlood. Een aankomend smidsgezel of machinistenleerling, concludeerde Willem, te eer daar de jonge man, die achttien jaar oud kon zijn, op zijn zwarte, kort geschoren haar een platte leeren pet droeg. Ja, hij wilde vannacht nog door, de bui was aan 't afzakken. . mijnheer kon tot Dresden meerijden. Als hij het tenminste niet erg vond dat er nog een passagier in den wagen plaatsnam — een meisje dat met hem doorging naar Leipzig. Overigens zou de heer van ,das Madl' wel heelemaal geen last hebben; hij nam haar voorin naast zich op de bank. Willem Caers keerde naar de gelagkamer terug en schreef een paar brieven. In een epistel aan Tine, die na zijn moeders overlijden voor zijn ouden vader het huishouden deed, beschreef hij Bohemen, de Moravische hoogvlakte, het onweer en zijn beide chauffeurs. ,Met den laatste, Tine, zou jij zeker niet bij nacht en ontij je in het vrije veld durven wagen, hoewel, als je den open blik van die heldere oogen