is toegevoegd aan uw favorieten.

Parade gaat door!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

witte wolken zich open en achter hem trok zich het land terug, de velden met het boschje vlier bij het groepje huizen, de populieren — ginds het ijzeren geraamte van de spoorbrug. De aarde verzonk, de zoom van gretig groen werd ingenomen, kromp, verkleurde, dompelde weg in het blauw, het zondoordrenkte vloeiende wit aan alle kanten. Zijn blik ging naar de oogen van den jongen, die recht vooruit zagen als zat hij in zijn auto achter het stuur. Hij floot om Christs aandacht te trekken — die hief zijn hand; de witte tanden blonken — een lach naar hem overwaaiend als een frissche bries:

— Grossartig, wie! — en de klokkende stilte, de wiegende windezang, het in- en uitschuivend blauw en wit en een roepende ver en verdere verte. Daar naderde een gele boot. Te drommel, wat.... hij had wel gezeild, maar botsingen vermijden was zijn fort niet. Er kwam een veilige stem naar hem toe:

— Iets oploeven, meneer! dan kunnen we hem aan den bovenkant passeeren....

En terwijl de booten glad langs elkaar gleden viel in Willem weer die gedachte: je kunt met hem langs een afgrond gaan — tusschen klippen en zandbanken; of die kleine stevige knuist op een stuurrad ligt of een roerpen, hij lapt 't 'em — mijn jongen!

Maar daar had je den wal al weer, de wereld bedroog — zijn imaginatie was een oogenblik met hem op hol geslagen; Loosdrechtsche plassen had je hier niet. Een schuur met een hakenkruisvlag, een erf met timmerplanken, een rijtje kinderen met een hond, vier uitgestrekte armpjes: ,Heil Hitier!' Ook Christian hief zijn hand: Hoera! Het is niet voor Hitier, maar voor de zon en den wind, en mis-