is toegevoegd aan uw favorieten.

Parade gaat door!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik zou je danken. In welk wespennest wil je dat ik mij steek?

— Die jongen is.... mijn zoon, Edward!

— Je zoon??

Willem Caers was opgestaan; met groote passen liep hij de kamer op en neer. Dan stond hij voor zijn broer stil en zei:

— Ja! mijn zoon. Je zoudt kunnen zeggen, al zal dit je vreemd en ongeloofelijk klinken: het kind.... van Mary en mij....

Een stoel sloeg om, viel met een smak op den grond. Edward Johan zag bleek; zijn oogen dreigden.

— Je zegt.... Je bent gek! Stapelgek! En als je niet gek bent, ben je verregaand onbeschaamd dat je je zulke smakelooze zinspelingen veroorlooft. Je hebt zelfs als volwassen man, schijnt het, nog niet geleerd je over je verleden te schamen, er verzoening over te doen, het te vergeten. Ik.... ik begrijp zoo iets niet. Neen, ik begrijp zoo iets niet. Dat.... dat gaat me boven mijn pet.

— Edward, je kunt me ook nog niet begrijpen. Je hebt gelijk. Straks.... Maar laat mij je één vraag mogen doen: je sprak van verzoening. Ik.... God weet dat ik mij niet vrij pleit. Ik heb jaar en dag.... Ik heb geleden en ben gestraft.... Maar ik móet het je vragen, al heb ik misschien geen recht: heeft je dochter, heb jij zelf, Edward, er verzoening over gedaan?...

— Ik zelf? Je bent gek! Wat bedoel je?

— Edward — denk je nog wel eens aan Coo?

— Wat bedoel je? Spreek dan tóch duidelijk! Willem raapte den stoel op.

— Ga weer zitten, Edward, en bedaar. Ik zal duidelijk zijn.