is toegevoegd aan je favorieten.

Parade gaat door!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu, dezen avond, voelde ik er een afkeer van. Ik kon hun gesloten rijen niet verdragen. Het was mij, of zij zich in dit uur verveelvoudigden, tot ondoordringbare wanden werden om mijn kamer, als was ik ingemetseld in de leugen hunner steriele wijsheid van eeuwen. — Christian! De eeuwen hebben geen eerbied gehad voor zijn jeugd, zij hebben hem vertrapt en geschonden, omdat hij een domme jongen was en zijn levende nieuwsgierigheid stelde boven hun doode zekerheden.

Ik heb het venster geopend en naar buiten gekeken. De zeewind stoof het losse, harde zand tegen den muur onder mijn raam, een ritselend geluid, alsof daar ergens in het donker een geduldig dier bezig was met een klein, nutteloos werk. De stem van de zee droeg de droefheid aan die ik van heel vroeger ken. Zij vulde de kamer en mijn hart met een zwellend wee. Het star geflikker van de verre sterren lag koud op mijn netvlies. Christian, jongen, er ligt een eindeloosheid tusschen jou laatsten, mij bemoedigenden glimlach (op het oogenblik dat ik, arme, jou bemoedigen wilde!) en dezen glimlachloozen nacht — een beker vol bitterheid.

O God! waarom hebt Gij Uw wereld zonder humor geschapen?

Nu ik het venster gesloten heb is de kleine kamer stil om mij heen. Er zijn de oogen van Pierre Lamoge, van Christian en van Ernst Schulz. En naast het woord Zuiverheid op mijn papier zie ik, vreedzaam bijeen, drie kleine kogels liggen. De glans van mijn lamp schampt kantlichtjes op het blauwig metaal, als de zon doet op vriendelijke appels in een provisiekast. De dood en het leven zijn hier bij elkaar in dit stille vertrek, omsloten door den wijden