is toegevoegd aan je favorieten.

De verborgen dissonant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Je bent dwaas, je stelt je aan... ouwe heer, smaalde zij opnieuw.

— Wie is er dan in Godsnaam fatsoenlijk, Hélène ?

— Daan Kolsté, reageerde zij spontaan.

— Maar lieve, blijf nu eens een oogenblik rustig. Mijn vriend Daan Kolsté is een argeloos kind; ik ben de intellectueel en hij is het niet. Maar je zou het ook zoo kunnen zeggen, Grijpstra schoof wat naderbij, keek haar pal in de oogen, Daan is de kunstenaar, levenskunstenaar, ik niet.

— Je houdt van Daan, reageerde Hélène.

— Ja, zei hij.

— Juist! nu geloof ik je te kunnen vangen met je eigen woorden, zei Hélène eensklaps.

— Daar ben je vrouw voor.

— Zou je denken, dat oom Daan iemand van het leven zou kunnen berooven ? !

— Ja, zei Grijpstra.

— Je bent krankzinnig, stoof ze nu fel op.

— Dat is een heel andere zaak.

— Dat is je geen ernst, zei Hélène, geheel in de aangelegenheid verdiept.

— Wel degelijk.

— Daan, de goeie Daan, die geen vlieg kwaad kan doen. Waarom denk je dan, dat hij tot zoo iets in staat kan zijn? vroeg zij, zelf wel niet twijfelend, maar toch doorvoer haar een vreemde onrustigheid.

— Omdat hij een uitzondering is.