is toegevoegd aan je favorieten.

De verborgen dissonant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schaamde zich vooral voor Leni. Maar ook voor Jean; Jean had veel last van jaloerschheid, Hoek niet.

Die twee konden wel goed samen. Jean kon hem bijwijlen fijntjes hoonen onder het bakken of wanneer ze met grooter gezelschap kaartten. Hoek zelf ontging dat, maar Leni merkte alles op.

Zij was wel liederlijk-onbehouwen en ongelooflijk onbeschaafd, — wat Jean steeds meer ging degoüteeren — maar zij was een echte vrouw en uitgeslapen was ze ook.

Zij onderging iets vreemds in haar hartstocht voor den mooien knaap, een kind, een kostbaar stuk speelgoed, waar zij verliefd op was... wellicht bekoorde haar toch ook ongeweten zijn hooge afkomst, zijn verfijning, kortom, zijn aristocratische eigenschappen... het had haar eens vaag door het hoofd gespeeld, of haar drukke manieren, haar zegswijzen wel naar den zin van Jean waren; eraan veranderen kon zij niets. Als zij hem zag verbleeken, een minachting om zijn bleeken vrouwenmond plooien, wanneer zij en tante Pots in al te liederlijke termen elkander van hun wederzijdsche aandachtigheid blijk gaven, dan kon zij plotseling inhouden... Dan stond zij met een ruk en smeet zij tante Pots bijna de deur uit.

— Hou je smoel en ruk uit of bij God, ik smeer 'm nou nog met m'n heele kattebakkie, stinkende kijfhoer.

Zoo ook nu weer.

Dan was Leni gevaarlijk, tante Pots wist, dat zij het doen zou ook.