is toegevoegd aan je favorieten.

De verborgen dissonant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met een „krijg de kanker", schoof zij op de bekende, gehoorige wijze haar kamertje in.

Jean keek Leni aan.

Hij was haar dankbaar, dat zij het wijf de kamer had uitgewerkt.

Hoek bromde:

— Maak je niet dik, dim is de mode-

— Ik wil, snauwde ze.

Hoek bromde wat onhoorbaars.

Er kwam een klant. Zij kreeg hoofdzakelijk bekenden.

De mannen gingen de achterdeur uit, de straat op.

★ ★

*

Hélène is zeer vermoeid en zal vroeg naar bed gaan. Voor zij zich ter ruste begeeft, wil zij eerst dat mooie vers nog zeggen, dat Willem schreef in het begin van hun huwelijk, volkomen vanuit den roes van zijn geluk. Dit was haar dan een steeds weer terugkomend, onvergankelijk weten: den korten tijd dat hij met haar getrouwd mocht zijn, die arme lieverd, was hij gelukkig geweest; zij geloofde zelfs, bijna volkomen gelukkig. Dit heerlijke weten deed haar het leven, nu de dagen weer schemerend van verlangen werden, dragen. Zij had hem dit geluk gegeven.

Zij zegde het vers niet hardop, ook niet geluidloos in zichzelf, maar ofschoon zij al zijn gedichten uit haar