is toegevoegd aan je favorieten.

De verborgen dissonant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een piepjonge kerel, stoere, blonde knaap met kuiten

!als heipalen, heeft de leiding.

Leni krijgt ineens zin om te pesten. Flink pesten. Zij vindt het een knappen vent, maar extra aangedikt, zegt zij tegen Jean:

— Wat een heerlijke vent, als die het niet wint, is mijn heele avond vergald...

— Idioot! scheldt Jean.

Aan zijn minachtend woord bemerkt zij, dat zij al doel treft en dat hitst haar juist nog meer op.

— Met die wou ik wel voor noppes naar bed, hé, wat een fijnerd; als jij dood bent, neem ik hem...

Zij had het met een zekere overtuiging gezegd.

— Steek de moord, zei Jean.

Hij sprak geen stom woord meer. In negeeren was hij een meester.

De renners stoven langs.

In sierlijke beweginkjes gingen de beenen, regelmatig, regelmatig, snel, snel, steeds sneller.

In de bocht hing het peleton als een grillig gekleurde spin van ondenkbare afmetingen bijna in rechte lijn aan de baan.

Leni's uitverkorene had nog de leiding toen de bel luidde voor de laatste ronde.

Leni schoof met een ruk rechtop.

Haar oogen vergroot, haar mond halfopen, alsof zij verstijfde in starre afwachting.

De donkere massa's op de tribunes schenen zich naar elkaar toe te buigen.