is toegevoegd aan uw favorieten.

De verborgen dissonant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leni is er blij om; zij voelt zich niet behagelijk. Waarom wou zij hem toch ineens zoo pesten?

Zij begrijpt het nu zelf niet. Het zal wel goed komen, hij is geen baron, ze mag toch wel pret maken of soms niet?! Mijnheer is zoo licht geraakt!

Hoek is natuurlijk tevreden met zijn tweede plaats achter dien beroemden Franschman; hij is zoo bescheiden; een reuzevent toch, denkt Leni.

Hè, nu moest Jean niet zoo belabberd kijken, dan gingen ze eens fijn met hun drieën aan de rol!

Zij was den uitgang uit, stond op het roezemoezige drukke plein, waar zij uit den weg moest voor auto's en fietsers. Zij zag Jean niet meer. Had zij hem uit het oog verloren ?

Was hij al te ver en wachtte hij op haar? Of misschien was hij doorgeloopen.

Zij ging handigvlug door de drukte, maar toen zij hem niet zag, weer snel terug, keek en keek en wachtte.

Maar Jean kwam niet.

Zij kuierde en kuierde en eindelijk doodop, nam ze, totaal misnoegd, de eerste de beste tram in de richting van haar huis.

Niemand.

Tante Pots nam des Zondags op dit uur in een buurtcafé haar snaps.

Nog aangekleed gooide Leni zich wild op bed en griende.

Juist was ze bedaard, toen er gebeld werd. De jonge coiffeur van de Ceintuurbaan, een witblonde pracht-