is toegevoegd aan je favorieten.

De verborgen dissonant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Je hebt schitterend gereden, Jacques, waarachtig, ik meen het... en je slaat hem nog eens ook, dat zal je zien!

Hij zag aan alles, dat zij meende wat ze zei... en toen kon ze het geen seconde langer meer inhouden en vertelde hem aan een floep door wat er gebeurd was, eerlijk, zonder iets te verzwijgen: dat zij ineens een rotbui had gekregen, Jean een beetje gepest had, dat hij haar toen had laten stikken, en eindelijk van Tante Pots en wat zij in haar drift gedaan had.

— Had jij dat voor mij ook gedaan? vroeg Hoek plotseling.

— Natuurlijk, idioot!

Maar plotseling schreide zij zoo hevig, zoo met rauwe kreten pal uit haar hart, dat het den renner-bokser waarachtig door merg en been ging.

— Ik ben hem kwijt, snikte ze.

— Je hebt mij toch.

— Ach, Jacques, dat begrijp jij niet.

— Dat begrijp ik wel, zei hij gedediceerd.

En toen, alsof hij zich bij ieder woord bezon, sprak hij langzaam:

— Je bent hem niet kwijt; vannacht komt hij niet, vermoed ik, hij is koppig.

— Denk je werkelijk, dat hij terugkomt? onderbrak zij hem driftig en met hoop.

Zij wist zelf niet hoe het kwam, maar zijn woorden stelden haar toch wat gerust.