is toegevoegd aan uw favorieten.

De verborgen dissonant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Hij is koppig, herhaalde Hoek.

— Wat bedoel je?

— Je moet hem opzoeken, terughalen, anders vertikt hij het.

— Dat versotemieter ik, barstte ze, weer woedend wordend los... dat versotemieter ik, die snotjongen...

Zij bleef zich vreeseüjk opwinden, want zij voelde haar eigen weifeling; en er doorheen werd ze duidelijk de typische sensatie van ingehouden blijheid gewaar, waarvan hoop of verwachting dikwijls vergezeld gaat. Maar dit alles ontging den troostenden, au fond goedmoedigen Hoek.

Den geheelen avond bleef zij onrustig en ook 's nachts liep zij een paar keer naar de voordeur, omdat zij meende iets te hooren. Dit zei ze althans tegen Hoek.

In zijn slaap gestoord, werd deze nu toch kwaad en driftig voer hij uit:

— Godverdomme, blijf nou in je nest, als hij zoover is, komt hij wel verder ook, hij heeft niks an z'n poote!

Leni bedwong zich, hield zich rustiger; slapen kon ze echter niet.

En Hoek... Hoek droomde: hij racede vlak achter den motor van een kleurigen duvel... Hoeeeeeeek! donderde het vanaf de stikvol bezette tribunes over zijn hoofd: hup Hoeeeeeeeeeek! hij trapte uit alle macht, vermoeidheid maakte hem lam, links verdouwde hij verschrikkelijke steken, maar hij trapte, trapte, greep met zijn hand naar den vuurkleurigen rug, die echter op hetzelfde moment vooruitstoof, ver, heel ver...