is toegevoegd aan je favorieten.

Een afscheid van dit leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI.

Eèn dag voor Kerstmis. Hij had dien middag gedwaald door de straten van de oude stad. Het was hem volstrekt onmogelijk geweest om te denken, en er was slechts één beeld geweest: dat zijn hersenen een dood donker veld van zwarte uitgebrande kraters waren.

Toen hij naar huis terug keerde, werd er in hem een voorgevoel, dat er iemand zou zijn. Maar alles in huis was stil. Hij opende de deur van zijn kamer, en zij lag in donker. Doch hij wist dat er iemand was. Hij draaide den knop van het electrisch licht. In zijn stoel, onbewegelijk achter het schrijfbureau, zat een man. Hij moest als verstard blijven staan. Twee dof-gloeiende oogen in een breed bruin-geel bewegingsloos gelaat zagen hem aan, in de stilte. De adem verstikte in zijn keel. Een storm joeg onvoldragen gewaarwordingen omhoog door zijn bewuste en hij duizelde. Maar een wilde drang naar zelfbehoud greep hem, en hij hoorde zijn heesche