is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit huis en hof verdreven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze iemand hooren komen. Uit den regen doken twee gestalten op: Sloters en Kool. Ze hadden touwen bij zich om de dieren daaraan te leiden, indien het noodig was.

„Blijven jullie er maar voor", schreeuwde Koos, „loopen willen ze wel. Misschien komen we er zoo wel mee bij huis".

De dieren hadden de lui ook herkend en nu ging het weer verder, steeds maar den dijk af, die langs Sloters' hof liep. Hoe dichter de dieren den stal naderden, hoe vlugger ze liepen. Het ging in een draf en het werd een wedstrijd, wie het hardst voort konden: de koeien of hun leiders.

Het was een heele kunst om de vijftien dieren op het erf bijeen te houden, doch toch gelukte het, dank zij de hulp die vrouw Sloters en Annie boden. De hond, die toevallig los iep, zou echter de heele zaak nog even bederven en de beesten door zijn geblaf en rondspringen aan het hollen brengen als niet Sloters hem op den juisten tijd bij den halsband had gegrepen en in de bijschuur opsloot.

Een voor een werden nu de melkkoeien den koestal opgeleid en over de grup op hun plaats gebracht, waar ze aan de stalpalen werden gekluisterd. Deze oudere dieren, die heel best begrepen, wat men met hen voor had, lieten het zich gaarne welgevallen. Liever dan in den kouden regen met de lange koude nachten in de weide met het verwelkend gras waren ze in den warmen drogen stal, waar ze op tijd heerlijk met meel en bieten en hooi gevoederd zouden worden. Met de jaarlingen gaf het echter meer werk. Ongewend als deze waren aan een touw gebonden te worden, verzetten ze zich tot het uiterste; ze waren nukkig, stonden stijf als een muur

of trokken en scheurden zich achteruit, zoodat twee, ja zelfs drie

man er aan te pas moesten komen om één zoo'n dier den stal binnen te krijgen. Dan begonnen ze voor den potstal opnieuw tegen te werken. Benauwd keken ze met hun groote oogen naar het gat, waarin men hen duwen wilde docl\ ze moesten zwichten voor de overmacht, die op hen uit„e oefend werd, sprongen ze met een gevaarlijken sprong naar

T*Sokenden «gen was eindelUk de Jaatste naar >.mjen gebracht. Alle dieren stonden nu in een lange rij als soldaten in het gelid. Nu ze in de warmte kwamen begonnen ze te dampen en stond het regenwater als pareltjes op hun huid.