is toegevoegd aan je favorieten.

Uit huis en hof verdreven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het zeggen.... eigenlijk niet zooals ik het mij voorgesteld had."

IJzig kalm vroeg Sloters hem nu: „Hoe hadt u het zich dan eigenlijk wel voorgesteld, meneer de directeur?"

Snel kwam Van Sijferen tusschenbeide, want deze begreep de situatie en moest trachten den vrede te bewaren, die op het punt stond gevaarlijk verstoord te worden.

,Ziet u eens, Sloters, meneer Duitman kent de toestanden hier niet. Hij is hier nog niet zoo heel lang en heeft altijd in stedelijke kringen verkeerd. Om de waarheid te zeggen, hij wist eigenlijk niet ,dat de boeren zich ook meer in stedelijken trant hebben ontwikkeld en zoodoende verbaast het hem hier, dat jullie boeren op zoo'n burgerlijken voet leven."

„Nu, mag dat dan niet?" vroeg Sloters nog eenigszins scherp,

„Dat heeft meneer Duitman toch niet gezegd", antwoordde Van Sijferen weer. „Ik zeg nogmaals , meneer Duitman meen-» de ,dat jullie boeren nog leefden, zooals jullie ouders en groot-* ouders, zoo'n: vijftig jaar geleden deden."

„O, zoo", zei Sloters, „ja, ja „nu begrijp ik het", doch bij zich zelf dacht hij: „ik voelde drommels best, dat die kerel me even weten liet: „Wat doe je zoo royaal te leven, terwijl je eigenlijk tot aan de ooren in de schulden steekt."

Het gesprek stokte iets; het wilde niet hartelijk meer vlot-> ten en in zoo'n oogenblik, wanneer niemand een woord sprak, een moment, dat Sloters voelde als een stilte, die zwaar op zijn hoofd drukte, zei Mr. Duitman:

„Maar ter zake. Van Sijferen, we hebben vandaag nog meer gevallen. Vertel jij maar eens het doel van onze komst."

Van Sijferen haalde zijn tasch boven de tafel en sprak tot Sloters: „Ziet u, Sloters ,oze komst is eigenlijk, om eens wat te praten over de omstandigheden "

Hij kon geen woorden vinden om het nare van de komst te

verdoezelen. om eens te zien, wat wij eigenlijk doen

moeten, om de zaak wat meer in het reine te brengen, is 't niet zoo van Sijferen?" vulde Mr. Duitman aan.

„Juist, zoo zal het wel zijn", zei Van Sijferen.

Sloters voelde zich onbehaaglijk te moede. Hij verwachtte van den directeur niet veel heil. Als het van dézen afhing, zou er voor hem niet veel genade zijn en als die man stond op zijn centen, dan kon hij wel van zijn boerderij afstappen.

Als een bliksemflits schoten Sloters al die narigheden sinds