is toegevoegd aan je favorieten.

Uit huis en hof verdreven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat behoeft ook niet, Annie", zei Beukers, „is ook niets ■waard.'

„Bij mij wil hij ook niet zijn", zei Harm. „En bij mij kon hij het toch ook mooi hebben. Ik woon buiten de stad, bijna zoo ruim als hier. Hij kon mij helpen bij mijn werk en toch hij wil niet, Beukers. Wat zegt u daar dan van?"

„Och, dat was misschien het gekste nog niet, maar doe er eens wat aan, als hij niet wil.

Maar er is nog iets anders", zei Beukers.

.Iets anders, wat bedoelt u?", vroeg men hem, terwijl Koos met groote oogen naar zijn schoonvader opkeek.

„Ja, hoort u eens menschen", zei Beukers, terwijl hij opstond. „Jullie weten allen wel dat mijn vrouw en ik oud zijn. t Wordt tijd dat we eens rustig beginnen te leven, want langzaam aan zullen we ons wel moeten voorbereiden voor de groote reis. We zijn voornemens in een klein huisje ons levensrestje te slijten en nu had ik gedacht om dit voorjaar daartoe over te gaan en dan ga jij Sloters, bij onze kinderen in."

„Ben je gek, Beukers, dat nooit! Dat is toch het zelfde wat de kinderen mij voorgesteld hebben", riep Sloters.

„Dat is niet hetzelfde, Sloters. Je moet verder zien. Koos is nog jong. Al is hij een goede boer, naast zijn jeugd past nog wel wat ervaring van anderen. Daarvoor word ik te oud, maar jij bent daar juist geschikt voor. En het is toch niet onaangenaam voor den jongen om van zijn eigen vader te leeren?"

Sloters schudde het hoofd, maar Beukers ging voort. „Ja, je kunt wel het hoofd schudden Sloters, maar je hebt een plicht te volbrengen. Die plicht is ook gelegen in den naam. Bedenk, dat deze kinderen je naam dragen, dat bij mij thuis een kleine in de wieg ligt, die je vollen naam draagt: Hendrik Sloters."

Sloters werd ontroerd doch gaf zich nog niet gewonnen. ' „Ik houd geen pleidooi voor me zelf, want wat gaat het mij eigenlijk aan, zoo'n oude kerel als ik ben? Doch ik zeg je Sloters, bega geen domme dingen en begeef je niet lukraak hier of daar heen, of naar de stad. Je bent hier geboren, slijt hier ook de rest van je leven en sterf hier met eere. Of je nu arm bent, dat is geen schande in dezen tijd; dat heb jij jezelf niet aangedaan. Erger zou het zijn, als je nu zelf