is toegevoegd aan je favorieten.

Uit huis en hof verdreven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je naam oneer aandeed, of misschien wel aan je zelf. Sloters, wil je je taak opnemen en je geslacht, je kinderen en kleinkinderen opleiden in eer en deugd voor hun strijd in het volle leven? Wil je?

„Ik zal het doen, Beukers en ik dank je voor je raad, want mijn plicht zou ik vergeten hebben, als jij mij het niet duidelijk had gemaakt".

„Dus u blijft bij ons Pa?", riepen zijn kinderen tegelijk, ala uit één «mond.

„Ja, kinderen", sprak Sloters, die ook opgestaan was, ik blijf bij jullie. Ik zal bij Koos gaan inwonen. Wel ben ik den laats ten tijd zwaar bezocht en voelde ik mij te zeer vernederd om onder mijn dorpsgenooten te blijven, doch ik vergat hetgeen Beukers bij mij wakker heeft geroepen. Ik kreeg een afschuw van dit huis en deze wereld door het droeve einde van jullie moeder en ik was er al onverschillig door geworden ,dat ik door een verdwaasd regeeringsbeleid uit mijn huis en hof verdreven werd. Zelfzuchtig als ik was, dacht ik alleen maar aan mij zelf en niet aan jullie, die toch ook van mijn bloed zijn. Ik zal jullie bewaren voor de schande van een bevlekten naam. Er is niemand, die nog iets te vorderen heeft van Hendrik Sloters en hij durft iedereen vrij in de oogen kijken. Over geld zal ik niet spreken, want het gaat nu om hoogere waarden dan geld en goed. Harm en Koos, jullie wil ik helpen aan den opbouw van den naam Sloters in de komende geslachten. Ja Annie, daar ben jij en Jan niet minder in aanzien om bij mij, doch jullie hebben een ander, die daarvoer wel goed zal zorgen".

Sloters reikte Beukers de hand en bracht hem nogmaals dank.

„Gelukkig!" riep Annie, en Koos en Harm beaamden dit.

„Nu kunnen we gerust naar huis gaan, hè Annte?" zei Jan tot zijn vrouw.

„Ja, laten we dat allen doen", zei Beukers, ,,'t Is bedtijd. Kom Koos, ga mee, want Harm blijft vannacht toch hier."

'S H