is toegevoegd aan uw favorieten.

Onbewoonbare wereld

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

straat liep, kwamen de gedichten vanzelf... Hij zou er wat oude woorden in zetten, dat klonk verheven... Wie van 't lot g e f o o I d de ongenade, ('t leek 'n beetje op Hooft, never mind), van zijn tyran op schoone wijs ontvliedt, (de tyran dat was vader natuurlijk).

Wie van ' t lot gefoold, de ongenade van zijn tyran op schoone wijs ontvliedt,

doet als Petronius. De jonge dichter liet zijn slagaar vlijmen om dees aard te smaden.

Op 't feest, tusschen de snikken ongestade,

van vrouw en vriend verheerd door dof verdriet,

klinkt bloedend, maar gelaten schoon het lied van wie in dood ontvlucht geduchter schade:

„Ik keurde 't leven rijp, voldoend en goed,

genoot mijn beker tot de wreede moer,

nu ben ik zat van wat ik heb verkozen."

Hoe geuren doodelijk morbiede rozen,

maar scherper is de reuk van 't roode bloed,

dat rijklijk vloeit langs witten marmervloer.

Hij was tevreden. Vooral dat: in dood ontvlucht geduchter schade, zou Emile wel bevallen. En dan moer hadden ze net op school gehandeld, net als verheerd bij Hooft... Deetje nu moest hij z'n huiswerk nog maken, 't Was bij twaalf. Zeggen dat ik ziek geweest ben. Moeder briefje vragen. Hij was moe. Voor hij in slaap viel, droomde hij dat hij 'n groot dichter werd. De wereld stond voor hem open ...

3

Emile toonde Lea 't gedicht van Ludo. „Knap hé," zei hij enthousiast. Ze keek 'n beetje spottend.

„Ik geloof dat jij hem niks aardig vind," zei Emile 'n beetje geërgerd.

„Och jawel, zei Lea, „ik vind hem heusch wel aardig, maar.."