is toegevoegd aan uw favorieten.

Onbewoonbare wereld

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hoogzedelijke strekking. En dat vind ik geniaal. Maar is 't wel religieuze kunst? Verdomme, daar hebben we 't weer over kunst. En dat wou ik vermijden.

Nou, oom les is nog altijd dezelfde lollige vent, heel opgeruimd, je kunt je niet voorstellen dat hij 'n broer van pa is, maar hij is nu en dan 'n beetje — plum plum. Hij haalt allerlei zonderlinge lui, z.g. kunstenaars in huis en dan maar zuipen, 't was hier wat voor Thijssen, hoe gaat 't met hem — borrelt hij nog zoo sterk, — nou ik geloof dat die lui hier m'n oom 'n beetje in 't ootje nemen en dat ze niet zouden komen als hij niet zoo'n goeie wijn had. 't Ergert Lea 'n beetje, maar ik zie 't filosofisch aan net als z'n zoons, als onze goeie oom met veel a la bonheurs en 'n stelletje drinkkameraden uit de Zwarte Ruiter aan komt zeilen.

De stad is, dunkt me, in de drie jaar, dat ik er niet geweest ben, erg veranderd, gemoderniseerd, maar de Maas is 't zelfde gebleven, Arthur heeft er 'n foto van gemaakt, heel poëtisch met maanlicht. We tennissen veel, zwemmen en roeien. Da op 't Ven, dat je je misschien nog herinnert, het is er goddelijk. Groot, kalm, majestueus, geur van dennen, waterlelies, plompen, en — met deze warme dagen prachtiggroote libellen, kerel ik wou dat jij hier was! Die lieve blauwgazen beestjes die 's avonds sterven moeten! Ik ben natuurlijk weer aan 't dichten geslagen, vind je 't geen mooi onderwerp, die gazen schoonheden, die maar één dag te leven hebben? Da, dat is wat anders dan Baudelaire, die bleef maar in Parijs en schreef maar over de zonde en de verleidelijke vrouwen. Wil je gelooven, Ludo dat ik de natuur ontdekt heb, dat klinkt misschien aanstellerig, maar 't is zoo. Het artificieele, ongezonde bevredigt me niet. 's Ochtends ga ik soms heel vroeg wandelen ver buiten de stad en dan zie en hoor ik zoo'n leeuwerik, nee man, je zult me sentimenteel vinden, dat ik in verrukking raak voor dat „officieele poëtische beestje." Maar alles verrukt me hier, de oude huizen met hun sombere kloostermuren, maar vooral de menschen, ze zijn charmant en eenvoudig en hun taal