is toegevoegd aan uw favorieten.

Onbewoonbare wereld

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer kletsen van baantjesgeverij en bonzendom... Onzin — onder 't fascisme zou 't vulgus z'n snuit wel houden, dat was immers 't fascisme, géén kritiek.

Boeh, daar kreeg hij weer chloor in de mond. Even uitpuffen. Toen stortte hij zich met z'n oorlogskreet in 't water, dook diep, mond goed dicht, met gesloten oogen, wilde naar boven, kwam met z'n hoofd tegen 'n buik aan, 'n dikke mannenbuik, vervloekt, van die oude Jood, die zich excuseerde. Met woedende slagen zwom de redacteur van Dievo weg, hij had 't liefst gevloekt, 'n scène gemaakt. Hij liep naar z'n kleedkamertje. Hij dacht aan die dikke, Doodsche buik en begon zich af te drogen. Er was daar 'n groote spiegel aangebracht, vroeger zag je alleen je gezicht, maar nu kon men z'n heele tors bewonderen.

Vol ontzetting zag Robert opeens zijn eigen buik met de rooie haren. Hij had dat nooit zoo opgemerkt. Fraai was 't niet. Hij trachtte hem in te trekken. Het ging niet, buikspieren waren niet meer veerkrachtig, hij werd rood, dacht aan vannacht. M'n god, hoe kan 'n vrouw... zoo'n monstrueuse buik. Even nadenken, ik trek hem toch in, meen ik, bij bepaalde situaties. Ja, Robert, 'n jongeman ben je niet meer, je buik is niets edeler van vorm dan van dat oude, kleine meneertje Polak.

„Hallo Van Thorn," hoort hij opeens 'n hooge stem uit 't hokje daarnaast. Hij leeft op, begint weer te vegen, roept terug: „He eerwaarde, wat ben je laat!" „Ik ben opgehouden door de voetbaluitslagen. Hoe staat 't anders?" „Nou lekker, hè, en met jou, alles kits?" „Ja, wat wil je, 'n dienaar des Heeren heeft 't zoo gemakkelijk niet in deze dagen des Ongeloofs," gilt de dominee boven 't geschreeuw der zwemmers uit.

„De moest 'ns 'n preekje schrijven voor Dievo." „Dank je wel, dan heet ik ras emeritus, mijn kudde smaakt 't fascisme niet." „Zeg dominee," brult Van Thorn terug, „je bent 'n beste vent voor 'n predikant, maar je hebt je oogen in de zak, binnen drie jaar..." „Nou dat zeg je al zoo lang als ik je