is toegevoegd aan uw favorieten.

Sigarenfabriek José Alvarez

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Joopie, vroeg Averkamp die aan de tafel van Van Asperen zat, de zwijgzame fijnwerker, maar voor wien het een genot was onder zijn werk naar Joopie's kleurige weergave te luisteren: Joopie, je hebt je laatste film nog niet verteld!

— Te warm, zei Joopie, blij dat Averkamp er naar vroeg.

Plantijn hoorde Averkamp's vraag en spitste zijn ooren,

want hij vlaste er zelf ook op. Die vent kon vertellen als een geboren acteur, had Plantijn op het kantoor zijn patroon gezegd. Arnold Barendse had gelachen. „Ik kom hem eens hooren", had hij geantwoord.

Van alle kanten drong het nu op hem aan:

— Ja Joopie, vertel hem nou, van mij een halve stuiver, zei de roodwangige Van der Peppel, een forsche volbloedige sigarenmaker met een kankergezwel.

— Huuuuu, klonk het langgerekt door de zaal. Dit moest als de aanmoedigingskreet gelden, waarmee Joopie geïnviteerd werd hun de warmte een uurtje te doen vergeten. Velen boden hun halve stuiver aan.

— Vertel, commandeerde Hubers, en maak niet zoo een kapsoones eer je begint.

— Van mij mag je je smoel gerust dicht houden, zei Karreman giftig.

Een vervaarlijk, spontaan ontstaan „huuuu" van de werklui ging crescendo en diende als hoon en afkeuring voor Karreman's geringschattende woorden.

— Laat hem naar praten, Joopie, zei Koopmans, hij hoort het net zoo graag als wij.

Joopie legde zijn mes waar hij niets mee uitgevoerd