is toegevoegd aan uw favorieten.

Sigarenfabriek José Alvarez

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de brug bleef hij staan en moest weer kijken naar den donkeren schrik dien hij zooeven had verlaten.

Het water.

Werktuigelijk deinsde hij achteruit, steeds zijn blikken naar het kleine plantsoen gericht.

Een groote vogel scheerde over het watermet een rat in zijn bek.

— Vervloekt, mompelde hij, kreeg hij nou al het delirium.

Hij stommelde zijn huis in door de welbekende bierstank en jeneverlucht, die als een verheldering in hem drong.

Hij streek met zijn groote werkmanshand het zweet van zijn voorhoofd en ging regelrecht naar zijn slaapkamer. Een trapke op. Een kleine vrouw lag in bed rustig te slapen. Jan bleef wakker liggen denken aan die vrouw uit het park en het eendje. Hij had het gezien. Hoe die rat het eendje opat. Voor zijn oogen weer die vrouw. Ze hield haar kleeren aan, lag ook in bed. Hij wilde ha^r grijpen, maar kon niet. Wat hield hem tegen? Even sliep hij in, werd weer half wakker, droomde dat hij met zijn dochter sprak.

— Ik houd van Willem, zei ze, als ik hem moest missen. ..

Dan verscheen die andere vrouw uit het park weer voor zijn oogen. Niet doen, zei ze. Was hij dronken?

Burema staat op. Zijn vrouw blijft doorslapen.

Was hij zijn zinnen kwijt? Dat beeld was hem in zijn slaap vaker voor oogen gekomen. Daar zou hij zich tegen