is toegevoegd aan uw favorieten.

Sigarenfabriek José Alvarez

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichaam in fijne, geurige wolken ontvloden, rook Alkemade nu op het oogenblik, terwijl hij toch heel alleen in zijn stoel zat te soezen.

Katrien, zijn ontwikkelde belezen vrouw had het begrepen: „ons noodlot, maar ik zal je laten gaan", had zij gezegd. Zij had niet gehuild en ze had hem laten gaan, en nu had hij haar dit weer aangedaan. En weer was zij redelijk gebleven, en zij had geantwoord:

— Ik heb je toch gezegd ons noodlot, en ook: ik ben blij dat we geen kinderen hebben.

Daarna had hij wel gemerkt, dat zij vele dagen achtereen had geschreid. Vergeefs probeerde zij door gewoon te zijn dit te verbergen.

Hij had gaarne een zoon gehad. Zou Tilly neen,

neen, dat wilde hij niet, dat mocht niet... dat zou ongeluk brengen. Alkemade dronk schielijk zijn borrel uit en bestelde weer. Een onverklaarbare angst maakte zich van hem meester... neen dat niet, dat niet! Tilly was vroeger toch... toch... prostituée... en haar zusters waren het nog. Die woonden zelfs bij haar in. Zou Tilly een verhouding hebben... hij dacht het niet zij was koelbloedig genoeg om het hem in zijn gezicht te zeggen. Had zij zich ooit gegeneerd om uit te gaan? Wat een pijn had hem dat gedaan, wanneer zij het hem met haar klare stem zakelijk mededeelde: „vannacht kun je niet komen, ik ga de hort op naar De Luchtballon". En met sentimentaliteiten moest je bij haar niet komen. Hoeveel maal had ze hem niet gezegd dat zij walgde van mannen, die zoo lieverig deden in bed... zuigelingensmoessies: